Khutba 38 - Aanbidding en shaytaan

Khutba 38 - Aanbidding en shaytaan

Beste broeders en zusters,

 

Toen Allah de Verhevene de eerste mens, Aadam alaihissalaam had geschapen, zei Hij tegen de Engelen:

اسْجُدُوا لِآدَمَ

 

"Onderwerpt u aan Adam!" (A’raaf: 11)

 

De Engelen onderwierpen zich onmiddellijk. Want het was een bevel van Allah. Maar Iblies, die destijds tussen de Engelen was, onderwierp zich niet aan Aadam.

Allah zei tegen Iblies:

 

قَالَ مَا مَنَعَكَ أَلَّا تَسْجُدَ إِذْ أَمَرْتُكَ قَالَ أَنَا خَيْرٌ مِنْهُ خَلَقْتَنِي مِنْ نَارٍ وَخَلَقْتَهُ مِنْ طِينٍ

 

“Wat hield jou tegen neer te knielen, toen ik het jou beval?” Hij zei: ,,Ik ben beter dan hem (Aadam); U heeft mij uit vuur geschapen terwijl U hem uit aarde heeft geschapen”. (A’raaf: 12)

 

Zijn hoogmoedigheid, koppigheid en eigenzinnigheid hebben hem er toe geleid Allah ongehoorzaam te zijn en hij dacht beter te zijn dan Aadam aangezien hij van vuur was geschapen en Adam slechts van aarde.” Dit is een misvatting van Iblies zoals Ibnoe Kathier zegt: “Want aarde is juist beter en heeft meer voordelen dan vuur. Aarde staat voor kalmte, groei (van planten), zachtaardigheid. Vuur daarentegen staat voor onbeheersbaarheid, haast en verbranding.”

 

Iblies discrimineerde Aadam want hij vond zijn aard beter dan de aard van Adam. Daarom zegt men ook dat Iblies de eerste racist is. Vandaar dat degene die discrimineert de voetstappen volgt van Iblies. Marrokanen beter dan Turken…

 

Door het bevel van Allah af te wijzen, verdiende Iblies de eeuwige verbanning uit de Genade van Allah. Allah de Verhevene zei (interpretatie van de betekenis):

 

قَالَ فَاهْبِطْ مِنْهَا فَمَا يَكُونُ لَكَ أَنْ تَتَكَبَّرَ فِيهَا فَاخْرُجْ إِنَّكَ مِنَ الصَّاغِرِينَ

 

(Allah) zei: "Verwijder je van hier - het is niet aan jou, hier hoogmoedig te zijn. Vertrek, jij behoort stellig tot degenen, die vernederd zullen worden."

(A’raaf: 13)

Daarna vroeg Iblies aan Allah om hem uitstel te geven…

قَالَ أَنْظِرْنِي إِلَى يَوْمِ يُبْعَثُونَ

Hij zei: "Geef mij uitstel tot aan de Dag waarop zij zullen worden opgewekt."

(A’raaf: 14)

 

Allah zei:

 

قَالَ إِنَّكَ مِنَ الْمُنْظَرِينَ

 

"Jou is uitstel verleend."

(A’raaf: 15)

 

… waarna Allah hem uitstel gaf.

Toen Iblies zeker wist dat hij uitstel had gekregen, sprak hij zijn vermaarde woorden waarmee hij aankondigde wraak te zullen nemen op Aadam en zijn nageslacht, hen te doen afdwalen en afstevenen op de Hel, behalve natuurlijk de oprechte dienaren van Allah. Allah zegt:

قَالَ فَبِمَا أَغْوَيْتَنِي لَأَقْعُدَنَّ لَهُمْ صِرَاطَكَ الْمُسْتَقِيمثُمَّ لَآتِيَنَّهُمْ مِنْ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ وَمِنْ خَلْفِهِمْ وَعَنْ أَيْمَانِهِمْ وَعَنْ شَمَائِلِهِمْ وَلَا تَجِدُ أَكْثَرَهُمْ شَاكِرِينََ  

“Hij (Iblies) zei: ,,Omdat U mij heeft doen dwalen, zal ik hen belemmeren op Uw Rechte Pad. Daarna zal ik zeker tot hen komen, van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde, en U zult de meeste van hen ondankbaar vinden.” (Soerat Al-Acraaf: 16-17)

Met deze woorden maakte Iblies duidelijk dat Hij oorlog had verklaard aan Aadam en zijn zonen, dus de gehele mensheid. Hij was woedend op Aadam. Want door Aadam was hij verbannen uit de Genade van Allah. Aadam moest boeten. Niet alleen Aadam wilde hij pakken maar ook zijn nageslacht moest lijden. Maar hoe?

Daarna schiep Allah de vrouw voor Aadam om rust bij haar te vinden. De vrouw die Allah voor Aadam schiep heette Hawaa’ en zij kwam voort uit één van de ribben van Aadam (vrede zij met hem)

De Profeet (vrede zij met hem): “De vrouw is geschapen uit een rib.”

 

Allah liet vervolgens Aadam en Hawaa’ het Paradijs bewonen en hij stond hen al datgene wat zich daarin bevond toe behalve één boom. Zij mochten niet van deze éne boom eten, anders zouden zij tot de onrechtplegers behoren. En dit bevel van Allah was bedoeld als toetsing voor Aadam. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

ويا ادم اسكن انت وزوجك الجنه فكلا من حيث شئتما ولا تقربا هذه الشجره فتكونا من الظالمين

 

"O, Adam, woon met jouw vrouw in Djennah en eet, wat jullie willen, maar nadert deze boom niet, anders zullen jullie tot de onrechtvaardigen behoren."


Iblies die afgunst koestert tegenover Aadam, wilde de zaak niet laten rusten. Het was tenslotte diezelfde Aadam die ervoor gezorgd had dat hij uit de Genade van Allah was gevallen. Dus hij probeerde Aadam in de val te lokken, Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

فَوَسْوَسَ لَهُمَا الشَّيْطَانُ لِيُبْدِيَ لَهُمَا مَا وُورِيَ عَنْهُمَا مِنْ سَوْآتِهِمَا وَقَالَ مَا نَهَاكُمَا رَبُّكُمَا عَنْ هَذِهِ الشَّجَرَةِ إِلَّا أَنْ تَكُونَا مَلَكَيْنِ أَوْ تَكُونَا مِنَ الْخَالِدِينَوَقَاسَمَهُمَا إِنِّي لَكُمَا لَمِنَ النَّاصِحِينَ 

 

“Toen fluisterde de shaytaan hen in om te onthullen wat er van hun schaamte bedekt was, en hij zei: ,,Jullie Heer houdt jullie slechts van deze boom af omdat jullie anders Engelen worden, of dat jullie tot de eeuwig levenden zullen behoren.” En hij bezwoer hen: ,,Waarlijk, ik behoor voor jullie zeker tot de raadgevers.” (Soerat al-Acraaf: 20-21)

 

En zo werden Aadam en Hawaa’ bedrogen en slaagde Iblies erin om Aadam en zijn vrouw in de zonde te doen vervallen door van de verboden boom te eten. Allah zegt:

 

فَدَلَّاهُمَا بِغُرُورٍ فَلَمَّا ذَاقَا الشَّجَرَةَ بَدَتْ لَهُمَا سَوْآتُهُمَا وَطَفِقَا يَخْصِفَانِ عَلَيْهِمَا مِنْ وَرَقِ الْجَنَّةِ وَنَادَاهُمَا رَبُّهُمَا أَلَمْ أَنْهَكُمَا عَنْ تِلْكُمَا الشَّجَرَةِ وَأَقُلْ لَكُمَا إِنَّ الشَّيْطَانَ لَكُمَا عَدُوٌّ مُبِينٌ

 

“Zo deed hij hen door bedrog vallen. En toen zij van de boom proefden, werd hun naaktheid hun duidelijk en zij begonnen zich te bedekken met bladeren uit de tuin. En hun Heer riep hen en zei: "Verbood Ik u die boom niet en zei Ik niet tot jullie: 'Voorwaar, Satan is een openlijke vijand voor jullie?”

 

En om deze reden werden zij het Paradijs uitgezet en als straf voor hun ongehoorzaamheid moesten zij hun leven voortzetten in deze wereld. Dit heeft Allah zo gewild omdat hij een bedoeling had. Hij wilde namelijk de kinderen van Aadam testen op de aarde. Aanbidding van Allah was de test. Om deze test te verkondigen stuurde Allah boodschappers en boeken naar de kinderen van Aadam.

De kinderen van Aadam die slaagden voor deze test konden weer terug naar hun oorspronkelijke verblijfplaats: het Paradijs. Maar zo makkelijk was de test niet. Iblies was er in geslaagd Aadam en zijn vrouw te bedriegen. Maar zijn woede was niet gedoofd. Nu waren zijn kinderen aan de beurt. Hij zou er dan alles aan doen om de kinderen af te laten dwalen van de aanbidding van Allah.

 

Eeuwen zijn voorbij gegaan en hij heeft vele kinderen van Aadam laten afdwalen van de aanbidding van Allah. Alleen de oprechte dienaren heeft hij niet kunnen laten afdwalen. Want de dienaren die Allah oprecht aanbidden, worden beschermd door Allah.

 

Nu zijn wij aan de buurt. En wij hebben te maken met een zeer ervaren satan. Want hij heeft eeuwenlang ervaring opgedaan in het laten afdwalen van mensen. Sinds hij is verbannen uit de Genade van Allah heeft hij geen ander werk verricht dan het laten afdwalen van mensen. Dus hij weet heel goed hoe hij mensen moet benaderen.

 

Sommige mensen zijn een makkelijke prooi voor hem. Mensen die niet geloven in Allah. Mensen die niet naar het paradijs willen. Ook de mensen die wel naar het paradijs willen maar er niets aan doen om naar het Paradijs te gaan. Satan speelt met deze mensen zoals een kind speelt met een bal.

 Maar er zijn ook mensen die niet zo makkelijk zijn. Mensen die geloven in Allah. Mensen die graag naar het paradijs willen. Mensen die aanbidding verrichten om naar het paradijs te gaan. Deze mensen zal hij anders benaderen.

Hij zal niet zeggen: verlaat de aanbidding! Nee, dat zal hij zeer zeker niet doen. Want hij weet dat jij toch niet zult luisteren naar hem. Daarom zal hij een andere methode toepassen. Hij zal jou weerhouden van aanbidding door nutteloze gesprekken en daden aantrekkelijk te maken voor jou. Ook zal hij jou af laten dwalen door jou zondes te laten plegen. Het gaat er om dat jij hoe dan ook afstand neemt van aanbidding. Deze methode van Iblies zal ik straks aan de hand van een verhaal nader toelichten.

 

Er werd overgeleverd volgens Wahb Ibn Munabbih die gezegd heeft:

Vroeger leefde er onder de Kinderen van Israel een vrome man. Hij was de grootste aanbidder van Allah onder de mensen van zijn generatie. In die tijd leefden er drie broers en een zus; zij was hun enige zus en zij was maagd. De drie broers besloten om op reis te gaan, maar ze wisten niet wie hen kon vervangen bij haar, of aan wie ze haar konden toevertrouwen, of wie haar onderdak kon verschaffen.

 

 Ze gingen ermee akkoord om haar bij de vrome man van de kinderen van Israël achter te laten, in hun ogen was hij de man, die ze het meest konden vertrouwen.

Ze gingen bij hem langs en vroegen hem of ze haar bij hem konden laten, zodat ze dicht bij hem en onder zijn bescherming kon blijven tot ze terugkwamen van hun (militaire) expeditie. Maar hij weigerde en vroeg Allah om hem tegen hen en hun zus te beschermen. Ze bleven aandringen met hun vraag tot hij akkoord ging. Hij zei hen: “Zet haar in een kamer onderaan mijn toren.”

 

Ze lieten haar in de kamer achter en vertrokken. Ze bleef gedurende een bepaalde tijd in de buurt van de vrome man. Hij daalde slechts van zijn toren af om haar haar maaltijd te brengen. Zo gaf hij haar een teken van zijn aanwezigheid, kwam zij uit haar kamer en nam de maaltijd die hij op een zekere afstand van de deur had neergezet, terwijl hij alweer naar boven gegaan was zijn toren in.

Maar satan benaderde hem in alle zachtheid, hij bleef hem maar het goede doen verlangen door hem in te fluisteren dat het een enorme flater was om een jong meisje op klaarlichte dag uit haar kamer te laten komen, en de risico’s die ze daarmee liep, mocht er iemand haar zien en verliefd worden op haar. “Waarom zet je haar maaltijd niet aan de drempel van haar deur,” stelde hij hem voor, “Allah zal je er erg voor belonen!” Hij bleef hem maar overtuigen tot hij met haar maaltijd kwam en hem aan de drempel van haar deur zette, zonder met haar te praten. Hij deed dit gedurende een zekere periode.

 

Toen kwam satan (na een periode van afwezigheid), en hij liet hem het goede verlangen en spoorde hem aan om het te doen. Vervolgens zei hij hem: “Het zou beter zijn dat je enkele stappen meer zet met haar maaltijd, zodat je het in haar kamer kan zetten. Je zult er erg voor beloond worden.” Hij bleef dit hem inderdaad influisteren tot hij het uiteindelijk ook deed. Hij herhaalde dezelfde handelingen gedurende een zekere periode.

 

Toen kwam satan, hij liet hem het goede verlangen en moedigde hem aan om het te doen, en toen zei hij: “Waarom spreek je niet met haar, ze zal zeker troost vinden in je woorden, ze moet toch erg verdrietig en ontstemd zijn door zo alleen te zijn?” Hij bleef dit hem maar influisteren tot hij met haar sprak. Gedurende een zekere periode sprak hij met haar van boven in zijn toren.

 

Daarna kwam satan bij hem en zei: “Waarom ga je niet naar beneden bij haar? Je kunt naast de deur van je toren zitten, en zij kan, van haar kant, naast de deur van haar kamer gaan zitten om met jou te spreken. Dit zal haar meer troosten.” Hij bleef dit hem influisteren tot hij hem naar beneden liet gaan en hij bij de deur van zijn toren ging zitten. Het meisje deed hetzelfde. Zo spraken ze met elkaar gedurende een zekere periode.

 

Toen kwam satan, hij liet hem verlangen naar het goede en de goddelijke beloning die hem te wachten stond voor hetgeen hij voor haar deed, en hij zij hem: “Wat houdt je tegen om van je toren af te dalen en bij haar deur te komen zitten om met haar te babbelen? Dit zal haar nog meer troosten.” Hij bleef aandringen om dit te doen, tot hij het uiteindelijk ook deed. Dit duurde een zekere periode.

Toen kwam satan- moge Allah hem vervloeken- die hem het goede deed verlangen en hem uiteenzette wat hij bij Allah de Allerhoogste als goede beloning zou krijgen voor hetgeen hij voor haar deed, en toen zei hij hem: “Waarom kom je niet dichterbij en ga je niet bij de drempel van haar deur zitten om met haar te babbelen, zonder dat zij zich de moeite hoeft te nemen om naar buiten te komen?” Hij stemde toe. Zo kwam hij naar beneden van zijn toren en sprak op die manier met haar gedurende een zekere periode.

 

Toen kwam satan om hem te zeggen: “Het zou beter voor je zijn dat je in haar kamer binnengaat om rustig met haar te babbelen, in plaats van haar gezicht te laten zien aan een vreemde.” Onder de onophoudende aansporing van satan, ging hij uiteindelijk binnen in haar kamer. Zo sprak hij de hele dag vertrouwelijk met haar en bij het vallen van de nacht ging hij terug naar boven, in zijn toren.

 

Daarna kwam satan en hij bleef haar mooier maken in zijn ogen totdat hij haar dij aanraakte en haar kuste. Hij bleef haar steeds mooier maken in zijn ogen en haar aantrekken tot hem totdat hij haar besprong en de zonde met haar verrichtte. Hij werd verliefd op haar, vervolgens werd zij zwanger van hem en kreeg ze een zoon. Vervolgens kwam satan en zei tegen hem: “Als haar broers terugkomen, terwijl ze een zoon van jou heeft gekregen, wat zal je dan doen? Ze zullen je met schaamte bedekken voor de ogen van iedereen. Haast je om haar zoon de keel over te snijden en begraaf hem. Ik denk dat ze het geheim zal bewaren uit schrik dat haar broers op de hoogte zullen komen van wat je met haar gedaan hebt.” En hij deed het. Ontredderd zei de vrome man tegen hem: “Denk je dat ze zal zwijgen tegen haar broers over wat ik met haar gedaan heb en met haar zoon? Dood haar en begraaf haar bij haar zoon”, stelde satan hem voor.

 

Onder zijn onophoudende aansporing, sneed hij haar uiteindelijk de keel over en gooide hij haar in een kuil samen met haar zoon. Hij plaatste er een grote steen over en maakte alles weer effen, en vervolgens ging hij terug naar zijn toren om zich te wijden aan aanbidding.

 

Dit bleef hij zo doen, zolang als het Allah wilde. Vervolgens kwamen haar broers terug van hun expeditie en ze kwamen bij hem informeren hoe het met haar was. Hij lichtte hen in over haar dood, smeekte voor haar om de genade van Allah, beweende haar en zei: “Ze was echt een voorbeeldige vrouw. Hier is haar graf, als jullie haar willen bezoeken.” Haar broers baden in stilte bij haar graf, smeekten om de genade van Allah voor haar, bleven gedurende enkele dagen dicht bij haar en gingen toen terug naar hun families.

 

Toen de nacht viel en ze in bed gingen liggen, kwam satan in hun slaap onder de gedaante van een reiziger. Hij begon bij de oudste en hij ondervroeg hem over zijn zus. Hij herhaalde hem wat de vrome man hem had verteld, namelijk haar dood, zijn smeekbede om genade voor haar en zijn aanduiding van de plaats waar ze begraven was. Maar satan sprak hem tegen. Hij zei hem: “Hij heeft jullie niet de waarheid verteld over jullie zus. Hij heeft haar zwanger gemaakt, zij is bevallen van een jongen, en vervolgens heeft hij ze allebei gedood omdat hij bang was van jullie.

Hij heeft ze in een kuil gegooid, die hij gegraven heeft achter de deur van de kamer waar ze verbleef, aan de rechterkant voor degene die er binnengaat. Ga naar die kamer en jullie zullen hen allebei vinden, precies zoals ik jullie heb verteld.”

 

Hij verscheen in de slaap van de tweede broer en vertelde hem hetzelfde. En met de jongste deed hij hetzelfde. Toen de drie wakker werden, waren ze verbaasd over wat ze die nacht gezien hadden. Elk van hen kwam zeggen dat hij iets verbazingwekkends gedroomd had en ze vertelden elkaar wat ze hadden gezien.

 

Hun oudste broer zei: “Het is maar een droom, laten we vertrekken en het vergeten”,maar de jongste protesteerde: “Bij Allah, ik ga nergens heen voor ik naar die plaats gegaan ben en dat allemaal gecontroleerd heb!”

 

Ze begaven zich naar de kamer waar hun zus verbleef, ze deden de deur open, doorzochten de plaats die was aangeduid in hun droom en ze vonden hun zus en haar zoon, de keel overgesneden, in de kuil. Ze ondervroegen de vrome man, die toegaf wat satan had gezegd over hetgeen hij met de twee had gedaan.

 

Ze brachten de zaak voor bij de koning en de vrome man werd uit zijn toren gehaald om gekruisigd te worden. Toen ze hem aan het kruis vastbonden, kwam de satan hem zeggen: “Je weet goed dat ik je metgezel ben, degene die je met die vrouw heeft verleid tot je haar zwanger gemaakt hebt en je hen de keel hebt overgesneden, zij en haar zoon. Maar als je mij vandaag gehoorzaamt en Allah, die jou geschapen en gevormd heeft, loochent, dan zal ik je bevrijden uit de toestand waarin jij je nu bevindt.”

 

En de vrome man loochende daadwerkelijk Allah. Maar toen hij Allah de Allerhoogste had geloochend, gaf satan de executeurs vrij spel en ze kruisigden hem. (Talbis Iblis)

 

In de betekenis van dit verhaal is het volgende vers geopenbaard:

 

كَمَثَلِ الشَّيْطَانِ إِذْ قَالَ لِلْإِنْسَانِ اكْفُرْ فَلَمَّا كَفَرَ قَالَ إِنِّي بَرِيءٌ مِنْكَ إِنِّي أَخَافُ اللَّهَ رَبَّ الْعَالَمِينَ

 

“Zoals de satan, toen hij tot de mens zei: “Wees ongelovig”, maar toen hij dan ongelovig werd, zei hij: “Voorwaar, ik ben niet verantwoordelijk voor jullie. Voorwaar, ik vrees de Heer der Werelden.” (Hasjr: 16)

 

Kortom, satan heeft maar een doel: jou weerhouden van aanbidding van Allah.

Om zijn doel te bereiken zal hij verschillende gemene wegen bewandelen. Wees alert! En geef hem geen kans. Want hij zal elke kans goed benutten….

 

“Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”